Type: 
wedstrijd
In samenwerking met: 
WIT architecten
Ligging: 
Brusselstraat, Antwerpen
Opdrachtgever: 
Karel de Grote hogeschool

Karel de Grote hogeschool

WEDSTRIJDONTWERP 2de plaats

EEN GËERODEERD HOGESCHOOLMASSIEF ALS STEDELIJKE HOEK

Een ambitieus bouwproject

Het project voor de nieuwe campus zuid heeft een hoog ambitieniveau. De gevraagde densiteit is hoog, de stedenbouwkundige context complex, de budgettaire ruimte beperkt. Net omwille van die complexiteit van de opgave is de nood aan een sterk basisschema hoog. De campus zuid is gebaat bij een grondlegger die het aankan om de veelheid van eisen uit de projectdefinitie in duidelijke krijtlijnen te vatten. Een eenvoudig schema gaat immers lang(er) mee.

Opbouw van een eenvoudig en flexibel inzetbaar HOGESCHOOLMASSIEF

Het gros van het bouwprogramma vraagt om generieke ruimte: de kleinere leslokalen, bijna alle praktijklokalen, de kantoren, technische ruimtes en (een deel van) de circulatieruimte vragen om standaard vloerhoogtes met eerder beperkte overspanningen en beslaan samen bijna 85% van het nuttig bouwprogramma. In een eerste stap wordt het terrein dan ook beschouwd als bodem voor een stapeling van generieke vloeren: geconstrueerd volgens een modulair grid dat verschillende indelingen in lokalen mogelijk maakt en toegankelijk gemaakt door een set van compacte lift- en trappenkernen. Op deze manier vertrekt het ontwerp van een rationele stapeling die de eisen voor een hoge dichtheid op een complex terrein haalbaar en betaalbaar moet maken. De vraag naar een aanpasbaarheid van het programma ( in ontwerpfase en in later gebruik ) en de vraag naar een uitbreidbaarheid van de school wordt door deze stapeling van generieke vloeren gefaciliteerd.

Erosie van een bezig STUDENTENLANDSCHAP

Het dichte volume dat ontstaat door de stapeling van generieke vloeren wordt nu van binnenuit bewerkt: er wordt centraal een ruimte ‘uitgehouwen’ die licht brengt in de centrale zones en die open verbindingen tussen de verschillende niveaus mogelijk maakt. Zo ontstaat door de erosie van het massief binnenin een verrassende wereld van binnenruimtes en buitenplekken met een ruimtelijkheid die de generieke plateaus overstijgt. Deze plekken kunnen naargelang hun ligging heel verschillende karakters krijgen: een rustige besloten tuin op het gelijkvloers, een dakterras met veel zon op een hogere verdieping, een luie buitentrap als ontmoetingsplek, een wintertuin met panorama naar de stad, ... De verschillende plekken worden met elkaar verbonden, zodat er een aangename binnen- en buitenwandeling ontstaat die grote groepen studenten evident naar de verschillende verdiepingen brengt. De uitholling van het massief van vloerplaten wordt dus bewust ingezet: op het gelijkvloers ontstaat een welgemikte transparantie naar de straten rondom, centraal worden ontmoetingsruimtes met specifieke karakters gecreëerd en op een beperkt aantal belangrijke en zichtbare plekken op de verdiepingen wordt genereus ruimte gemaakt voor circulaties met een meerwaarde. De uiteindelijke globale compactheid van de hogeschool wordt bij het uithollen onder controle gehouden.